Een stuwadoorsbedrijf werkt op 17 maart 2022 in opdracht van een andere B.V. op een schip in Amsterdam. Voor deze klus heeft het bedrijf een medewerker (hierna het slachtoffer) ingehuurd om arbeid te verrichten als stapelaar. Het slachtoffer verplaatst handmatig dozen met diepgevroren vis van pallets naar het ruim van het schip.
Met behulp van een kraan worden de pallets het ruim in gehesen. Op elke pallet staan 4 stapels van 13 dozen. Met een heftruck worden de pallets vervolgens op een 'vloertje' geplaatst van 5 dozen hoog. De bestuurder van het stuwadoorsbedrijf bestuurt deze heftruck tijdens de klus. Het slachtoffer kan de dozen diepgevroren vis van het ‘vloertje’ pakken en vanaf daar verder het ruim in stapelen.
Ongeval met ernstig letsel en ziekenhuisopname
Het gaat fout op het moment dat het slachtoffer zich naast het ‘vloertje’ bevindt waarop dan een pallet met dozen staat. De dozen vallen om, waarbij het slachtoffer wordt geraakt door en bedolven onder vallende dozen.
Het slachtoffer loopt daardoor letsel op: meerdere breuken in het hoofd, het gezicht, de ribben en de voet, een slagaderlijke bloeding in de nek, een aangezichtsverlamming en verlies van gehoor aan een oor. Het slachtoffer is voor behandeling vier nachten in het ziekenhuis opgenomen.
Gevaar niet voorkomen en een RI&E ontbreekt
Het ongeval is op 17 maart 2022 gemeld bij de Nederlandse Arbeidsinspectie. Die heeft op 31 maart 2022 een inspectie verricht op de ongevalslocatie. Het bedrijf krijgt vervolgens een boete opgelegd van € 9.450 wegens overtreding van artikel 3.17 Arbobesluit (niet voorkomen van gevaar door voorwerpen, producten, vloeistoffen of gassen). Ook wordt een boete van € 1.350 opgelegd omdat artikel 5, eerste lid, Arbowet (het hebben van een RI&E) is overtreden.
Wie is de werkgever? Het stuwadoorsbedrijf
De rechtbank moet zich eerst buigen over de vraag wie de werkgever is in deze zaak. Het stuwadoorsbedrijf had tijdens de arbeid de beschikking over het slachtoffer. Daarom kan dat bedrijf ook worden aangemerkt als werkgever in de zin van artikel 1 Arbowet, eerste lid onder 2.
De werkgever is bewezen nalatig geweest
De rechtbank oordeelt vervolgens dat het bedrijf nalatig is geweest in het nemen van maatregelen om de veiligheid van het slachtoffer te bevorderen. In dit geval had het bedrijf het gevaar om getroffen te worden door de dozen kunnen voorkomen. De dozen diepgevroren vis waren namelijk niet gezekerd, terwijl dit wel had gekund. Daarnaast had de werkgever deugdelijke pallets kunnen gebruiken. Daarom heeft de werkgever artikel 3.17 van het Arbobesluit overtreden.
Geen reden om boete te verlagen
Het stuwadoorsbedrijf heeft ook niet kunnen aantonen dat het ongeval hem niet te verwijten valt of dat er sprake is van verminderde verwijtbaarheid. Ten eerste heeft het bedrijf geen risico-inventarisatie & evaluatie (RI&E) opgesteld. Daardoor heeft het geen veilige werkwijze ontwikkeld of noodzakelijke randvoorwaarden gecreëerd voor die veilige werkwijze. Daarnaast heeft het bedrijf geen adequate instructies gegeven en was evenmin sprake van voldoende toezicht. De rechter ziet dan ook geen aanleiding om de boete te matigen.
De rechtbank verklaart het beroep van de werkgever ongegrond.
Bron: Rechtbank Noord-Holland 29 maart 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:3062













