Een werkgever mag zelf beslissen om een contract voor bepaalde tijd wel of niet te verlengen, maar dit mag bijvoorbeeld niet leiden tot zwangerschapsdiscriminatie. De volgende uitspraak is belangrijk op het gebied van gelijke behandeling.
Wat speelde er?
De werknemer is sinds 1 oktober 2021 in dienst bij Bastion, een landelijke hotelketen. Daar werkt zij als assistent hotelmanager op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. In mei 2022 vertelt de werknemer aan haar werkgever dat ze in verwachting is.
Op 31 augustus 2022 besluit het managementteam om de arbeidsovereenkomst niet te verlengen. Dezelfde dag stuurt de manager een whatsappbericht naar de werknemer met de mededeling dat zij een e-mail zal ontvangen met daarin een opzegging van haar contract. In de e-mail staat ook dat zij per 1 oktober 2022 uit dienst zal treden.
De opzegging van de arbeidsovereenkomst lijkt verband te houden met de eerder gemelde zwangerschap. Op 1 september 2022 stuurt de manager de werknemer een whatsappbericht: "(…) ik wilde je vertellen dat we helaas genoodzaakt zijn toch je contract op te zeggen. De reden hiervan is dat je toch veel afwezig bent en wanneer je bevallen bent, je er ook voor je kindje moet zijn. Dit is moeilijk tot niet te combineren met Bastion Hotels."
De mededeling komt als een totale verrassing voor de werknemer. Eerder was Bastion namelijk positief over haar functioneren en behoorden een mogelijke contractverlenging en zelfs promotie tot de mogelijkheden.
CRMV: verboden onderscheid op geslacht
De werknemer start een procedure bij de kantonrechter en het College voor de Rechten van de Mens. Ze wordt 2 keer in het gelijk gesteld. Volgens het College voor de Rechten van de Mens is er sprake van verboden onderscheid op grond van geslacht.
De kantonrechter vindt dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en kent de werknemer een billijke vergoeding van € 12.500 bruto toe. Daarop gaat de werkgever in hoger beroep.
Gerechtshof: geen ongelijke behandeling
In hoger beroep slaagt de werkgever erin om met behulp van verschillende getuigenverklaringen het vermoeden van discriminatie te weerleggen. Hieruit blijkt dat de zwangerschap niet de reden was voor het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst. De werknemer zou vaak afwezig zijn geweest, wat leidde tot roosterproblemen. Ook beschikte zij niet over een relevant certificaat dat noodzakelijk is voor de drank- en horecavergunning.
Het hof oordeelt daarom dat er geen sprake is van ongelijke behandeling of ernstig verwijtbaar handelen, ondanks het belastende whatsappbericht. De werknemer moet de billijke vergoeding terugbetalen.
Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 december 2024 – ECLI:NL:GHARL:2024:7584
Dit artikel verscheen eerder op PWnet













