Daar werd me verteld dat het gelijkspel te wijten was aan het trage baltempo, met als gevolg dat (het nummer is me ontschoten) alleen maar goed is wanneer hij aan de bal is, niet naar binnen kon knijpen, waardoor het creëren van kansen, tegen de goed in de man verdedigende en het met de punt naar achteren spelende tegenstander, een probleem vormde. “Als het zoeken naar de bal naar voren uitblijft en de verdedigende taken worden verwaarloosd, loop je achter de feiten aan”, zo sloot een van de analisten zijn betoog af. Logisch, dacht ik.
Uit welke analyse blijkt dat we als organisatie in staat zijn om met beduidend minder mensen, kwalitatief beter en kwantitatief meer werk te verzetten, lijkt me een vraag die menige ondernemingsraad zou moeten stellen. Door twijfels aan het analytisch vermogen van de bestuurder, blijft hij echter op de lippen liggen.
‘Wij durven, net als Pim Fortuyn destijds, de analyse wel te maken en te zeggen: natuurlijk is de islam een belangrijke factor in het falen van Ibn Ghaldoun’, zo schreef de nationale roeptoeter en top drie oogkleppendenker, in een ingezonden brief. Betreffende lijsttrekker beschikt bij mijn weten over een academische graad. De wijze waarop hij onderzoekt en met de feiten om gaat doen anders vermoeden en duiden meer op een verstandelijke beperking. Als je niet beter zou weten zou je denken dat hij zijn middelbare school diploma aan de Ibn Ghaldoun heeft behaald en in Tilburg bij Stapel heeft gestudeerd.
Compliment aan die kwaliteitskrant uit Rotterdam voor het bieden van een podium aan mensen met verstandelijke beperkingen. De verkiezingsuitslag in maart zal een mooie grondslag bieden voor een analyse van de verstandelijke vermogens van Rotterdammers.





