Distrifood schrijft deze week op basis van cijfers van NielsenIQ dat supermarkten in Nederland de afgelopen periode 5,9 procent duurder zijn geworden. Kostenstijgingen van grondstoffen, logistiek en personeel zijn hier de belangrijkste oorzaken voor. Het is niet moeilijk om hier de nadelen van op te sommen. De verhoudingen tussen supermarkten en leveranciers staan onder hoogspanning en het is met name naar voor Nederlanders met een smalle beurs. Doordat consumenten voor goedkopere alternatieven gaan en het voor fabrikanten aanlokkelijk is goedkopere ingrediënten te gebruiken hindert het ook de trend naar verduurzaming en verbetering van het assortiment.
De vraag is of prijsinflatie alleen maar nadelen heeft of dat er onderhuids ook voordelen te bespeuren zijn. Bijvoorbeeld in wat hoogdravende zin: ‘Het maakt duidelijk dat bijna ongelimiteerd en spotgoedkoop voedsel niet vanzelfsprekend is.’ Wie het overvloedige assortiment van een supermarkt nu vergelijkt met eentje uit de jaren zeventig of tachtig wordt in de verleiding gebracht om die gedachte te omarmen.
Daarnaast maakt het inzichtelijk hoe internationaal verweven de voedselketen is. De aanval van Rusland op Oekraïne zorgde bijna direct voor kopzorgen bij foodfabrikanten en lege schappen. Het van dichtbij halen van producten en ingrediënten kan deze risico’s verkleinen. Wanneer dan bovendien ook nog met de seizoenen mee wordt gegeten, kan ook nog een mooi duurzaamheidseffect worden bereikt.
Nu is dus een uitgelezen kans om met service en mooie aanbiedingen marktaandeel af te snoepen van de concurrentie”
Wat platter biedt het ook kansen om juist klanten te winnen. Het Britse Marks & Spencer verlaagt tegen de trend in zijn prijzen en hoopt daarmee zijn slechte prijsimago op te poetsen. In Nederland is duidelijk dat consumenten weer meer supermarkten gaan bezoeken. Onder invloed van corona deden mensen vaker in één winkel hun boodschappen. Nu is dus een uitgelezen kans om met service en mooie aanbiedingen marktaandeel af te snoepen van de concurrentie.
Ook is het een beloning voor supermarkten die de afgelopen jaren voorop hebben gelopen op het gebied van duurzaamheid en logistiek. Winkels met zonnepanelen, warmtepompen en dergelijke ervaren minder nadeel van de gestegen energieprijzen dan supermarkten die nog volop aardgas gebruiken. Op formuleniveau geldt hetzelfde voor investeringen in hypermoderne distributiecentra. Deze zijn niet alleen zuiniger met energie, maar door verder doorgevoerde mechanisering of zelfs robotisering zijn minder werknemers nodig. Dat levert nu ineens extra concurrentievoordeel op ten opzichte van formules die deze investeringen nog moeten doen.
Op die manier bekeken is er dus wel degelijk voordeel te behalen uit de prijsinflatie.








