In 2002 werd er steeds openlijker gezinspeeld op ‘Enron-achtige praktijken’ bij Ahold. Een fraude bij dochter US Foodservice zette de lawine in beweging: strafklachten en politie-invallen, een vrije val van de koers, nieuwe ontdekkingen van fraude in andere landen, publicatie van side letters waarmee Ahold kiekeboe speelde rond het eigenaarschap van de Scandinavische dochter ICA, een onderzoek naar wanbeleid, een afgedwongen schikking van 1,1 miljard dollar. En misschien wel het gevaarlijkste: woedende consumenten voor de deur.
In februari 2003 stapten RvB-voorzitter Cees van der Hoeven en financieel bestuurder Michiel Meurs op; in september ook ‘supercommissaris’ De Ruiter, die lang had volgehouden dat kritiek op Van der Hoeven ‘gezeik’ was. De benoeming van Anders Moberg gaf een nieuwe golf negatieve publiciteit. Van der Hoeven, Meurs en hun collega Jan Andreae werden in 2006 veroordeeld tot voorwaardelijke gevangenisstraffen en boetes; de uitspraak in hoger beroep volgde eind januari van dit jaar. De Nederlandse zakenelite, die Van der Hoeven jarenlang vereerde, wil niet meer aan hem herinnerd worden. Maar Ahold staat weer.
Or- en cor-leden van het bedrijf zijn die hele periode weinig in de publiciteit getreden. Achter de schermen was de rol van werknemersvertegenwoordigers groter.
In februari 2002 hoorde Beumer en zijn vice-voorzitter van Cees van der Hoeven dat de schade van US Foodservice al op 900 miljoen stond en dat de banken geen geld meer gaven. ‘Als dat zo bleef, zou binnen een week de bevoorrading van winkels stokken, dan was het afgelopen. Voor ze weer geld gaven – het ging om 3,5 miljard – wilden de banken belangrijke delen van het bedrijf in onderpand. En dat was de reden voor onze komst: de banken eisten dat ook de cor tekende. Dat vond ik zelf wel bijzonder, ja. Maar wij aarzelden geen moment.’
Beumer vertelt dat hij al voor de affaire gesprekken voerde met een interne auditor. ‘Later bleek dat die gesprekken maar gedeeltelijk klopten, omdat US Foodservice steeds weer andere bedrijven overnam, met hun eigen manier van administreren.’ Ook na 2003 bleef de cor lijnen openhouden naar de opvolgers van Van der Hoeven en De Ruiter: RvB-voorzitter Moberg en RvC-voorzitter René Dahan. ‘Tegen mij zei Moberg dat lang niet alle problemen helder waren, op het moment dat hij werd benaderd. Het was niet ondenkbaar dat er bij Ahold nog zoveel shit aan het licht zou komen dat dit makkelijk zijn laatste kunstje kon worden.’
‘Al gauw daarna nam de kritiek op hem toe. Ik herinner me een bijeenkomst waarop hij zei: wie mijn koers niet bevalt, gaat maar weg. Heb je ze nou eigenlijk al verteld waar we dan heengaan, dacht ik toen, en na afloop heb ik hem dat ook gezegd. Ik vond Moberg een leuke, lieve man, echt waar. Maar niet doortastend en met te weinig visie.’












